Op de Amsterdamse tram… mei 26, 2009
Posted by marijsloothaak in Uncategorized.Tags: Amsterdam. tramconducteur, Amsterdamse tram, strippenkaart, trambestuurder
1 comment so far

Zo lekker: TING!, TING!, door de Leidsestraat...
Soms, in tijden dat het in de schrijverij wat minder ging, dacht ik: ‘Ik kan altijd nog trambestuurder worden.’ Zo lekker, TING, TING!, door de Leidsestraat. En dan al die toeristen die verschrikt opzij springen. Gierend door de bochten. Lekker net voor je neus die deur dicht doen…
En als je dan toch zo’n keuze maakt: tramconducteur lijkt me nog wat relaxter. Hoef je alleen maar de zones uit je hoofd te leren en het juiste wisselgeld terug te geven. En op het goede moment: “Westermarkt, Anne Frank House, overstappen op lijn…”, te roepen. Als er iets echt Amsterdams is…
Tramconducteur. Je hebt ze in alle soorten. De klassieke chagrijnige Amsterdammer. ”Doorlopen!” Ik zie hem vaak op lijn 12. Hij maakt me een beetje bang. Alsof hij de wereld op zijn schouders draagt en het mijn schuld is. Haast schichtig geef ik hem mijn strippenkaart. Opgelucht als hij hem waardig bestempelt. Of de vrolijke tramconducteur, die de gave heeft van zijn werk een feest te maken. Zo stapte ik laatst in zijn tram, en vroeg om drie zones. “DRIE zones?”, sprak de man. “Drie héle zones? Mevrouw, wat verwent u me weer! Dames en heren, deze mevrouw neemt wel DRIE zones!”
Mijn dag was weer goed.
Mijmerend over trams herinner ik me een voorval van heel lang geleden. Ik stapte met mijn zoontje van vier en mijn dochtertje van drie maanden in draagzak in een overvolle Amsterdamse tram. Ik woonde toen even voor 12 jaar in Eindhoven. Een provinciaaltje, voelde ik me weer. Kwetsbaar, ook. Had ik mijn tas wel goed dicht? En stond Joris niet te dicht bij de tramdeur? En die junk, daar, die moest ik in de gaten houden! Er moet lichte paniek in mijn ogen te lezen zijn geweest.
Terwijl ik al slingerend met die twee kinderen mijn evenwicht probeerde te houden stond er plots een enorme neger op. In mijn herinnering was hij 2 bij 2 meter. Hij keek mij doordringend aan. Mijn adem stokte. Toen zei hij met een zwaar Surinaams accent: “Ach vrouwtje, ga toch lekker hier zitten met je kinderen.” Waarop hij met een breed gebaar zijn zitplaats aanbood.
Als er iets Amsterdams is… dan is het wel de tram.
Marij www.marijsloothaak.nl
Hieperdepiep… mei 21, 2009
Posted by marijsloothaak in Uncategorized.1 comment so far

Hoera!
Zo´n weblog is natuurlijk, eigenlijk, laten we heel eerlijk zijn, een ontzettend ego-document.
EN DAAR GA IK NU SCHANDALIG MISBRUIK VAN MAKEN!
Want vandaag, 22 mei, ben ik jarig. En dat ga ik vieren. Reken maar! Het begon gisteren al, met lieve ex-collega Joyce in de Huyschkaemer in de Utrechtsestraat, en Karel’s Café, enne… het Paardje in de Pijp. Straks ga ik ontbijten met mijn dochter Rosa in Stanislavsky in de Stadsschouwburg. En vanavond zingen en eten, en hopelijk Limoncello drinken met ons Kleine Keizer Koor ten huize van Engel Verkerke. En wellicht verdwaal ik ook nog in De Kring. Dansen, tot in de late uurtjes…
En morgen ben ik ook nog een beetje jarig; dan ga ik lekker eten met moeder en dochter. Want ik heb dit jaar ontzettend veel zin om jarig te zijn. Eigenlijk zou ik het liefst op een stoel staan, toegezongen worden en dropveters uitdelen. 52 jaar. Zou ik ooit nog volwassen worden?
Marij www.marijsloothaak.nl
(Foto: Wil Hagenaars)
De Rode Schoentjes… mei 18, 2009
Posted by marijsloothaak in Uncategorized.Tags: de Efteling, Eteling, Queste, rode Schoentjes, Sprookjes
2 comments

Dit zijn ze. Mijn Rode Schoentjes.
Stad en land heb ik ervoor afgezocht. Ongeveer al mijn hele leven. In verre landen en oorden zocht ik ze. Achter de heuvels en over de regenboog. Tevergeefs. En gisteren vond ik ze, in een winkel bij mij om de hoek. Ik wist meteen dat ze het waren. MIJN Rode Schoentjes. Soms ligt het geluk heel dichtbij, en niet eens ergens achter de regenboog.
Mijn queste naar de Rode Schoentjes kent een lange geschiedenis.
Er was namelijk eens een meisje dat op haar zesde voor het eerst naar de Efteling ging. Als een droom liep ze door het Sprookjesbos. Zag de kabouters, het spinnewiel van Doornroosje.Legde haar oor op een paddestoel waar muziek uit kwam. Ze zag de borst van Sneeuwwitje in haar glazen kistje op en neer gaan. Luisterde ademloos naar de herauten die hun hoorns lieten schallen. En bewonderde Langnek met zijn hoofd, ver, ver boven het lover. En ze zag: de Rode Schoentjes. Urenlang had ze daar willen blijven, bij die dansende schoentjes. Om te luisteren naar het verhaal, de muziek. De schoentjes… Die maar dansten en dansten en dansten… het leven door. Zo moest het zijn, vond ze: het leven. Een groot dansfeest.
Op Rode Schoentjes. Nu maar hopen dat dit sprookje uit kwam…
Inmiddels is dit meisje groot geworden. En heeft ze het geluk gehad heel veel sprookjes voor de Efteling te mogen (her-)schrijven. Ook de Rode Schoentjes van Hans Christian Andersen.
En is het sprookje uitgekomen? Is het leven een groot dansfeest? We doen ons best.
In ieder geval… Eind deze week heeft ze er weer een jaartje bijgedanst. En op haar verjaardag doet ze de nieuwe Rode Schoenen aan. Vastbesloten om verder te dansen, te dansen en te dansen door het leven. Want daar is het leven voor… Eigenlijk.
Marij www.marijsloothaak.nl
Heeft u nog zin? Lees dan hieronder het sprookje: “De Rode Schoentjes’, dat ik ooit voor de Efteling scheef.
De Rode Schoentjes.
Er was eens een meisje dat Karen heette. Ze was arm. Zó arm dat ze moest bedelen om aan haar dagelijkse kostje te komen.
Nu had ze het geluk dat ze op een dag een oude dame tegenkwam, die haar in huis wilde nemen. O… wat was Karen gelukkig. Alleen één ding was vervelend. Karen was ijdel. Een echte ijdeltuit. Ze vond zichzelf het mooiste meisje van de hele wereld. Bah!
Op een dag zei de oude dame tegen haar: “Karen, je hebt nette zwarte schoenen nodig, om mee naar de kerk te gaan.” Blij ging Karen naar de schoenenwinkel. Toen ze binnenkwam zag ze direct de rode schoentjes. Mooie, glanzende rode dansschoentjes. “Díe koop ik”, zei Karen.
De oude dame reageerde teleurgesteld: “Met rode schoentjes kun je beslist niet naar de kerk! Dan moet je morgen je oude schoenen maar aan.”
Maar Karen ging tóch met haar rode schoentjes. Iedereen keek naar haar. Wat een ijdeltuit!
Vóór de kerk zat een oude soldaat. “Mooie schoentjes”, zei hij.
“Het zijn dansschoentjes. Die moeten dansen, voor eeuwig en altijd.”
Karen knikte en ging snel naar huis. Toen de oude dame hoorde dat Karen toch met de rode schoentjes naar de kerk was gegaan, werd ze woedend. “Karen”, zei ze. “Jij verdient straf. Je gaat niet naar het bal, morgen.” Karen vond dit vreselijk. Het bal! Ze had zich er zo op verheugd! De volgende dag werd de oude dame heel ziek. Elke drie uur moest Karen haar een drankje geven, anders zou het slecht met haar aflopen! Het was de avond van het bal. Karen keek op de klok. Als ze nú de oude dame haar drankje gaf, dan kon ze stiekem drie uur dansen op het bal…
Op haar rode schoentjes trippelde Karen muisstil de trap af. In de balzaal begon ze meteen te dansen. Ze danste met Bart en met Peter en met Hans… ze kon niet stoppen! De schoentjes dansten en dansten maar door. Tot Karen dood en doodmoe was.
“Help me, oh help me toch…” riep ze. Maar de mensen zeiden:
“Daar heb je die ijdeltuit die wil laten zien hoe goed ze kan dansen. Puh!” En ze liepen hoofdschuddend verder.
De rode schoentjes dansten en dansten…Toen dacht Karen opeens aan de oude dame die nu helemaal alleen ziek thuis lag. En ze schaamde zich diep…Op datzelfde moment zag ze de oude soldaat.
“Kijk eens aan” sprak hij. “Ik zie mooie gedachten. Voor het éérst denk je ook eens aan een ánder en niet alleen aan jezelf. Hij tikte met zijn zwaard tegen de rode schoentjes. En kijk… de schoentjes glipten meteen van Karen’s voeten en dansten alleen verder.
Ze dansten, dartelden en dansten…
Over het marktplein, door de straat, trip, trip, trip…
Door stad en land… trip, trip naar de Efteling, en daar dansen ze nog steeds.
Karin strompelde met bebloede voeten naar huis. Gelukkig was de oude dame niet boos toen ze Karen zag. Ze voelde zich al weer een beetje beter. Ze leefden ze nog een lang en gelukkig samen. En die ijdele Karen? Tja, die keek stiekem nog wel eens in de spiegel. Maar ze zou nooit meer van die domme dingen doen.
Het poept en het kotst en het krijst… mei 12, 2009
Posted by marijsloothaak in Uncategorized.Tags: Baby, huilende baby's, Kees van Kooten, kinderen, ouders, slapeloze nachten
3 comments
Het poept en het kotst en het krijst… Het bezorgt je slapeloze nachten. Ruineert je huwelijk. De rest van je leven zul je nooit meer zonder zorgen zijn. Uit onderzoek blijkt dat mensen zónder gelukkiger zijn. Wat bezielt ons? Kinderen. Waarom willen wij zo graag een baby?
Ook ik wilde er een. Zelfs twee. En ik kreeg ze. In de wolken was ik, mijn hele zwangerschap. En ach, die bevalling, daar hebben we het niet meer over. En natuurlijk was ik dol op mijn heerlijke gebroed. Ze roken zo lekker naar rozen. En ze lachten zo hartstochtelijk, als ik ze kietelde. En natuurlijk waren ze de slimsten van de klas. Hoogbegaafd, vermoedde ik. Maar ik kan me ook, heel eerlijk, wel eens een moment herinneren dat ik dacht: “Wat is er nu eigenlijk zo leuk aan kinderen?”
Zo’n moment was dan vaak midden in de nacht. Als je voor de 6e keer die nacht op moest staan vanwege een huilende baby. Of als je weer eens twee vechtende kleuters uit elkaar moest halen. Dan herinnerde ik me een uitspraak van Kees van Kooten: “Het enige leuke aan twéé kinderen is dat je ze met de koppen tegen elkaar kunt slaan.”
Die van mij zijn nu uit de luiers en uit huis. En ik doe heel stoer, alsof dat er allemaal bij hoort. En dat het me weinig kan schelen. Toch was ik weer heel ontroerd toen mijn dochter Rosa van 19 op moederdag met rozen voor de deur stond. En mijn zoon op moederdag vanuit Parijs om 23.55 een SMSje stuurde:
‘Moederdag. Jaaaaa… de liefste moeder van de wereld. Beetje laat maar nog op de goede dag. Kus, Joris.’
Da’s toch veel gepoep en gekots en gekrijs waard.
Marij
Op bevrijdingsdag denk ik aan mijn grootouders… mei 4, 2009
Posted by marijsloothaak in Uncategorized.add a comment

Herdenking...
Mijn grootouders hadden een groothandeltje in koffie, cacao, suiker en thee in de Amsterdamse Schinkelbuurt. Híj was een rasechte Amsterdammer, zij kwam van Texel. Ze hebben de hongerwinter meegemaakt. Urenlang konden ze vertellen over de oorlog, mijn grootouders. Dan zaten wij, kleinkinderen, op de pakken koffie in het kleine pakhuis. Oh, wat rook het daar lekker.
Dan vertelde mijn grootvader, hoe hij op een fiets met houten banden melk ging halen bij de boeren, in de polder. Hoe hij zich door de barricades van de Duitsers loog. Hoe ze in de ijzig koude hongerwinter ’44 – ’45 houten blokjes onder de tramrails vandaan peuterden om op te stoken in de kachel. Dan vertelden ze over de onderduikers. Hoe het weinige eten over vele mensen moest worden verdeeld. Hoe honger, het overléven, soms oerangsten en oerdriften bij de mens naar boven brengt.
Dan vertelden ze over de boot, bij het Centraal Station, die hen regelmatig een pakket schapenvlees, kaas en aardappels uit Texel bracht. Hoe ze deze kostbare lading dan door de stad naar huis moesten brengen. Met een snik vertelde mijn grootvader hoe ze de hongerige mensen letterlijk van zich af moesten slaan. “Blijf af! Dit eten is van ons…” Verbeten zwoegend zetten ze door, naar huis, met het kostbare voedsel. Want thuis, wachtten ook hongerige monden; familie, buren, vrienden, onderduikers… Ze vertelden over de moeders wiens zonen werden opgepakt. Over de Joodse buren die bij de laatste razzia tóch nog werden meegenomen. Over de pop, die mijn moeder meegaf aan het Joodse buurmeisje.
Mijn grootouders hebben het overleefd. Maar de wonde bleef. Elk jaar, op 4 mei, herdachten zij degenen die het níet gehaald hebben. Op bevrijdingsdag denk ík aan mijn grootouders. Zij haalden het wél.
Marij
