jump to navigation

Ik ben een elfje april 26, 2013

Posted by marijsloothaak in kinderen, Uncategorized.
Tags: , , , ,
add a comment
Altijd al willen zijn: een elfje in de Efteling.

Altijd al willen zijn: een elfje in de Efteling.

Ha. Een meisjesdroom is werkelijkheid geworden: vanaf nu ben ik een elfje in de Efteling. Nou ja,op mijn eigen PC dan en in in deze blog. Maar toch… Mijn danspartner Peter de Jong heeft me deze Vluchtige Droom cadeau gedaan. Want als u goed kijkt, ziet u links een bekend gezicht. Nu ben ik heel mijn leven verliefd geweest op de Efteling. Vanaf mijn eerste stapjes als klein meisje in het Sprookjesbos was de Efteling voor mij een Droom; een heerlijke Vlucht uit de werkelijkheid. Als groot meisje heb ik zo’n 14 jaar voor de Efteling geschreven: sprookjesboekjes voor de EftelingClub, folders, brochures en bijvoorbeeld een Efteling Sprookjes lespakket. Heerlijk. En ik zou niets willen dan… Maar  vooralsnog zit ik toch maar mooi op die tak in Droomvlucht. Te dromen…van trollen, reuzen, feetjes, kabouters, prinsessen, ridders, draken en rode schoentjes…

Lees ook mijn blog: de Rode Schoentjes

https://marijsloothaak.wordpress.com/?s=Rode+schoentjes&searchbutton=go%21

Advertenties

Ik heb een nichtje in Canada april 12, 2013

Posted by marijsloothaak in Uncategorized.
add a comment

photoIk heb geen tante in Marokko, maar wel een nichtje in Canada. Sterker nog: ik heb een paar nichten en neven in Canada. In de jaren vijftig was er sprake van een ware emigratiegolf in Nederland. Velen emigreerden naar Canada, uit angst voor overbevolking en werkloosheid. De zussen van mijn vader, Ans en Martha, zaten ook in die golf en maakten de grote oversteek. Vandaar die stoet (achter-) neven en nichten in Canada. Natuurlijk kwamen ze regelmatig naar Nederland. Mijn Canadese nichtjes en neefjes leerden ons kaarten, wij leerden hun fietsen. En natuurlijk zei onze Canadese familie altijd: ‘Please, do come over to Canada!’

So I did, when I was twenty;  heel stoer, helemaal in mijn eentje. Ik werd superwarm ontvangen en reisde van Ontario naar Calcary en British Columbia. Genoot van de ‘Corn on a cob’, turkey en pumpkin van mijn tante Martha, zag de Niagara falls, Rocky mountains en heel veel eekhoorntjes, grote auto’s en dikke mensen. Zat in de ‘basement’ Amerikaanse series te zappen. Hoorde de politie-auto’s: ‘Wieuw, wieuw, wieuw’; net als in de film. Ging met mijn neef John alle high-school feestjes af, waar ik natuurlijk überhip was, als blonde Amsterdamse.  Leerde Grasshopper, Singapore Sling en Harvey Wallbanger drinken, popcorn uit de magnetron maken en maple sirop eten. And I liked it!

Later, met het gezin, hebben we een fantastische reis door Canada gemaakt; met een megacamper door de Canadese Rocky Mountains.  En altijd kregen we van de Canadese familie een overweldigend gastvrij welkom!

Nu was mijn lieve nichtje Maryke met haar man Richard in Nederland. En hoewel we elkaar minstens 10 jaar niet hebben gezien was het meteen weer leuk. Ze logeerden bij mijn broer, er was een welkomstbijeenkomst, en maandagavond hebben we ze iets van Amsterdam laten zien.

Nu zitten ze op ‘De Rottterdam’ voor een cruise langs onder andere de Canarische Eilanden. Over twee weken zwaai ik haar uit op Schiphol, mijn nichtje uit Canada. Tot over tien jaar?

http://www.marijsloothaak.nl

Een mevrouw met een pratende jaszak april 4, 2013

Posted by marijsloothaak in Uncategorized.
2 comments

TomtomIk ben regelmatig de weg kwijt. Letterlijk dan. Ik schreef eerder al eens een blogje over mijn auto met twee TomTommen waarmee ik mij over ’s herens wegen bewoog. https://marijsloothaak.wordpress.com/2012/06/21/twee-vlaamse-mannen-in-mijn-auto-2/

Maar ook te voet, ter fiets of ter tram of metro, kan ik er wat van. Of liever gezegd: níets van! Enig oriëntatievermogen is mij totaal vreemd. ‘Ik ben elke dag weer blij dat ik de weg naar huis kan vinden’, zeg ik vaak gekscherend. Tussen u en mij: wás het maar gekscherend. Want het is mij bittere ernst.

Een paar winters geleden. Ik moest ergens in Amsterdam Zuid-Oost zijn. Ik ging met de metro. Het sneeuwde een beetje, oostenwind, kou en andere ellende. Ik had van tevoren de weg opgezocht met Google en had mijn Iphone bij me. Toch was ik binnen vijf minuten de weg kwijt. En natuurlijk was het een héél belangrijke afspraak. En leer mij Amsterdam Zuid-Oost kennen. Zelfs mensen met een goed innerlijk kompas raken daar de weg kwijt, volgens mij.

Nu had ik nog overwogen mijn TomTom mee te nemen. Maar dat staat zo raar, een mevrouw met een pratende jaszak. ‘Bij de volgende kruising: linksaf!’ Had ik het maar wel gedaan. Want op een gegeven moment vond ik mezelf terug op de snelweg omdat mijn Iphone me wees dat ik toch echt die kant op moest. De klok tikte door en de paniek sloeg toe. Geen sterveling te bekennen om de weg aan te vragen. Men keek wel beter uit om zich in deze koude buiten te wagen. Want koud dat het was, KOUD!

En toen gloorde er een oase  in de vorm van een autowasserij: ‘Carwash Zuid-Oost.’ Vanuit de verte zag ik donkere schimmen met water en borstels in de weer. Op mijn, natuurlijk, veel te hoge hakken voor deze omstandigheden strompelde ik er naartoe. Acht reebruine ogen, van, ik meen, Ghanezen staarden mij aan. Ik moet gekeken hebben als een konijntje dat in de koplampen van een aanstormende vrachtwagen kijkt. ‘Weet u alstublieft waar dit is?’, stamelde ik, en ik liet het verfrommelde papiertje zien.

Druk overleg in een exotische taal. Toen liep één van hen naar een auto en deed de deur voor mij open. ‘I’ll bring you.’

Nu heeft mijn moeder mij vanzelfsprekend geleerd nóóit bij vreemde mannen in de auto te stappen. Maar een leven vol reizen door verre exotische oorden heeft mij geleerd dat in dit soort situaties mijn beschermengel onverwachts wakker wordt uit zijn slaap. Bovendien was ik de wanhoop nabij. Dus ik stapte in. Vijf minuten later waren we op de bestemming. Nee, de aardige jongen hoefde niets te hebben. Nee, echt niet. ‘Have a nice day’, zei hij en reed weg, mij in verbijstering achter latend. Het adres was bereikt en mijn vertrouwen in de mensheid hersteld.  Toen ik eenmaal binnen was keek ik uit het raam óp het metrostation waar ik was uitgestapt. Had ik de andere uitgang genomen, dan was ik er binnen twee minuten geweest. Na ja, geen gepruil, ik wás er nu. En ik had weer stof om een blogje over te schrijven.

http://www.marijsloothaak.nl