jump to navigation

Zal ik dan toch maar schaapherder worden? september 12, 2015

Posted by Marij Sloothaak in Uncategorized.
Tags: , , ,
add a comment
Waar zíjn ze!

Waar zíjn ze!

In de Volkskrant van vorige week stond een leuk artikel over de eerste Nederlandse opleiding tot schaapherder. Je kunt nu in twee jaar worden klaargestoomd tot de níeuwe schaapherder. Tot de schaapherder 2.0. zeg maar.

‘Met de blauwe hemel tot plafond en nooit meer voor een baas werken…’

Zo begint het artikel. Ik droom al weg…

Ik zie mezelf met een gestippeld sjaaltje om mijn haar als een soort Julie Andrews dwalen door de heuvels. Met achter mij frisse mohairharige schapen met gezellige belletjes om hun hals. Al leunend op mijn herdersstaf tuur ik langs de einder… Staan daar nog frisgroene polletjes voor mijn schatten?

Dan huppelen we er naartoe. Tevreden kijk ik hoe mijn lieverds grazen, terwijl ik me tegoed doe aan een paar heerlijke bosaardbeitjes. Natuurlijk laten de sprookjesfiguren mij ook hier niet met rust en dineer ik met boskabouters en moerasnimfen, terwijl ik mijn glas vol dauwdruppels op een elfenbankje zet. Hierbij af en toe gestoord door een schijtend schaap of een in barensnood verkerende ooi. En er zal vast wel ergens een vijver met blauwe inkt zijn waarin ik mijn kroontjespen kan dopen, zodat ik eindelijk die dichtbundel eens kan schrijven.

Af en toe is er natuurlijk wél werk aan de winkel voor mijn schaapjes. ‘Aan weerszijden van veel Nederlandse wegen liggen velden vol Jakobskruiskruit’, lees ik in de Volkskrant. ‘Deze bloemen moeten worden weggegeten door de schapen. Want hooi waar dit kruit in zit kunnen boeren niet verkopen, omdat paarden en runderen er dood aan gaan. Maar schapen vreten ze zonder problemen op.’

Tevreden leid ik mijn schapen naar het veld met Jakobskruiskruit. Wij doen zo een hele goede daad!

Ik en mijn schapen… Mijn schapen en ik.

Maar dan dient de rauwe werkelijkheid zich aan. De opleiding tot schaapherder is pittig, lees ik. Zo moeten de herders alles weten van landschapsontwikkeling, ecologie, wetgeving en natuurbeheer. Daarnaast moeten de schaapherders in spe keiharde ondernemers zijn, want ze moeten concurreren met elkaar om opdrachten te krijgen van terreinbeheerders.

Plop! Daar gaat mijn droom. De schaapsherder 2.0 is dus een keiharde ondernemer. Oei.  Daar zit hem nu net de crux. Want ik ben geen schrijver geworden om ondernemer te zijn. En, mocht ik het schaapherderen als lucratieve bijverdienste zien om mijn romantische bestaan als arme schrijfster te verrijken dan heb ik het ook mis; om de poen hoef je het niet te doen. De uitdrukking ‘De schaapjes op het droge hebben’, gaat hier dus helemaal niet op. En als ik wat verder lees: ‘Herders zitten soms dagen in de regen met hun kudde.’ Hmmm… dat lijkt meer op een nachtmerrie in plaats van een droom.

Ik besluit direct mijn imaginaire herdersstaf aan de wilgen te hangen. Da’s niets voor mij.

Bovendien, ik ken mezelf, met al dat gedroom van mij ben ik die schapen toch zó kwijt!

En schaapjes tellen doe ik liever ’s nachts. In bed.

Marij

Stom schaap.

Stom schaap.

http://www.marijsloothaak.nl

https://marijsloothaak.wordpress.com.

Advertenties

Mijn facelift en ik augustus 21, 2012

Posted by Marij Sloothaak in Uncategorized.
Tags: , ,
add a comment

In de Volkskrant van 21 augustus stond een artikel over plastische chirurgie met als titel: ‘Griezelig jong.’  Alle reden om mijn oude column ‘Mijn facelift en ik’ weer eens in de herhaling te gooien.

Mijn facelift en ik

Als redelijk weldenkend mens vind ik natuurlijk dat schoonheid van binnen zit. Een facelift, daar moet je toch niet aan denken? Is die plastisch chirurg Robert Schoemacher nou helemaal betoeterd! En die Marijke Helwegen. Wat een namaak. Ik zag haar laatst bij de Bijenkorf.

Ze zag er uit als een remake van Thunderbird 2. Wie dat mooi vindt moet zich de ogen eens uitwrijven. Voor mijn vrienden hoeft het niet, een facelift. En mijn kinderen willen mij graag zo naturel mogelijk. Liefst zonder make-up zelfs. Een face-lift. Het idéé!

Al grinnikend en filosoferend ga ik voor de spiegel zitten. Wat doet een face-lift nu eigenlijk?

Ik zet mijn wijsvingers een centimeter onder mijn oren. Dan trek ik het vel naar boven. Wat zie ik? Een rechte slanke kaaklijn. Wég is het min of meer toch een heel klein beetje uitgezakte hangwangetje. Weg zijn de lijntjes rond mijn mond. Verrek, zó maar, huppekee, tien jaar cadeau.

Hummmm… Zou het duur zijn, zo’n facelift? En zou het pijn doen? En hoe lang loop je met die littekens? Ach, nee, ik kan het niet maken. Mijn omgeving, ze zien me al aankomen. Ik, die altijd zo ‘wees je zelf’ predik. Nee, een facelift, dat is niets voor mij. Bovendien moet je dan onder narcose, en daar ben ik niet zo van.

Toch bekijk ik mezelf iets meer van dichterbij in de spiegel. Ik lijk écht wel 45 zo, met die huid zo strak. Hmmm… ik zou het natuurlijk ook stiekem kunnen doen. Gewoon even een paar weken op ‘vakantie.’ En als je dan terugkomt zegt iedereen: “Marij, wat zie je er goed uit!” En ik: ”Ja hè, zo’n vakantie doet wonderen!” Zal ik?

www.marijsloothaak.nl

Laura en haar ‘solitude.’ augustus 28, 2009

Posted by Marij Sloothaak in Uncategorized.
Tags: , , , ,
1 comment so far
Laura wil de elementen trotseren...

Laura wil de elementen trotseren...

In de Volkskrant van donderdag 27 augustus 2009 stond een column van Max Pam over de 13-jarige Laura Dekker, die een solo zeiltocht om de wereld wil gaan maken. En over de vreemde, wereldwijde woede die over haar is neergedaald. Het stuk had als kop: ‘Laura heeft geen anderen nodig, dat is blijkbaar erg.’

Ik moet zeggen, ik had net daarvoor een stukje van haar gelezen in het blad ‘Zeilen.’ Daarin stond, ondermeer: ‘Ik meer af in mijn box, naast de boot van mijn vader en vier in mijn eentje een klein feestje.’

Dit had al enig beroep op mijn voorstellingsvermogen gevergd. Kijk, wij volwassenen trekken een fles mooie wijn open, en toosten onszelf toe, desnoods in de spiegel. Het kleine feestje begint dan vanzelf wel.

Maar hoe bouwt een 13-jarige in haar eentje een klein feestje?
Zet ze haar I-Pod op vol volume, trekt een zak mini-Marsjes open en roept: Yes! Yes! Yes?

Pam stelt dat men volgens hem ook heimelijk jaloers is op het feit dat ‘Laura in haar eentje de elementen wil trotseren. En Nederlanders zijn dat niet meer gewend.’ Beetje boude uitspraak. Je hoeft er maar een Ronald Naar naast te zetten en de stelling stort ineen.

Enfin, Laura heeft blijkbaar geen anderen nodig. Als ik haar één ding mag raden als ze straks misschien toch (stiekem) afvaart: hieronder, onder het kopje ‘Ma solitude’, vind je een prachtige opname van George Moustaki. Non, je ne suis jamais seule… avec ma solitude.

Met je eenzaamheid ben je nooit alleen.

Bon courage!

To blog or not to blog juni 4, 2009

Posted by Marij Sloothaak in Uncategorized.
Tags: , , , ,
3 comments

verjaardag2

  1. Onderstaand een blog uit 2009. Ik zet hem er lekker nog een keer op. In het kader van economische recycling, zullen we maar zeggen…

Onlangs begon www.SylviaWitteman.nl haar column in de Volkskrant met de volgende woorden: ‘U heeft vast een blog. Zowat iederéén heeft een blog.’

Natuurlijk voelde ik me onmiddelijk aangesproken. Ik ben immers iedereen! Vervolgens hekelde zij bloggers die vol enthousiasme beginnen en de hele wereld hiervan kond doen. Lekker bloggen! Dan slaan ze eens één dagje over.  Dat dagje wordt twee dagen, drie weken et cetera… Waarna veel blogs een stille dood sterven.

Ook hier voelde ik me aangesproken. Ik was namelijk van plan elke dinsdag een nieuwe blog te schrijven. En kijk eens: foei, foei, foei! Het is vandaag donderdag! Twee dagen overgeslagen!

Sylvia: “Zie je wel!”

Marij: “Maarre… Door persoonlijke omstandigheden was ik niet zo in de stemming.”

Sylvia:”Dat zeggen ze allemaal!”

Marij: “Maar ik ga het wel volhouden hoor, Syl! Maar dan maar één keer per week een blog, als je het goed vindt!”

Sylvia: “Mwah!”

Marij:  “Please?” Sylvia: “Nou vooruit…”

Marij: “Pffff… ”

Trouwens, lang, lang geleden, we spreken over het jaar 2000, schreef ik vijf dagen per week een blog. En ik werd er nog goed voor betaald ook. Het waren de begindagen van internet. Toen je nog moest inbellen. Weet u nog?  ‘Tuuluuludeluu… Tuuluuludeluu…’ En je scherm zich tergend traag met beeld vulde.

Ja, lieve internetkindertjes, hier spreekt grootmoeder.

Voor internetprovider Freeler mocht ik toen vijf keer per week een column schrijven. De onderwerpen kon ik zelf bedenken. En dat heb ik geweten. Ik stond ermee op en ging ermee naar bed. Want je leven wordt anders. Alles kan namelijk een onderwerp voor je column zijn. Dat artikel in de krant. Je stoeppoepende teckel. Die ergernis op TV. Dat leuke voorvalletje met je kinderen. Echtelijke ruzie, maar dan wel leuk. Soms lagen de onderwerpen voor het oprapen. Soms lag ik de hele nacht te malen. Shiiiiiiit! Morgen om 10 uur deadline. En ik had nog niets!

Maar er kwam altijd wel weer wat. En ik vond het genieten. Heerlijk! Want je leeft bewuster. Kijkt beter naar de wereld. Daarom blog ik.  Omdat ík het leuk vindt. Al is het maar één keer per week.

Goed, Sylvia?

Marij www.marijsloothaak.nl